Thierens in Workum

Merk 4
8711 CL Workum
tel. 0515 - 54 12 31




Thierens in Workum
Waar woonden zij?
Wim Timmerman

In 2008 was ik op zoek naar het huis waar de familie Thierens in Workum heeft gewoond van 1880 tot 1883. Vader Thierens was daar ontvanger der directe belastingen en accijnzen voor Workum en Hindeloopen.

Het is het geboortehuis van hun eerste twee kinderen, To en Jan. Dof en Miek zijn later geboren in Wamel. To trouwt later met Aai Pot, een belangrijke industrieel uit Noord-Holland; Jan wordt professor in de elektrotechniek in Delft.

Op 14 februari 1880 schreef Cato (Catharina Rebekka) Pollius, weduwe van Gerardus Diedericus Thierens een brief aan haar zoon Adolph Leonard Thierens en diens echtgenote Hester Maria Isabella (Hes) van Dissel.

Hieronder een klein stukje uit deze brief:

Hem, 14 feb. 1880

Beste kinderen,

Hedenmorgen las ik tot mijn groote blijdschap dat je benoemd ben te Workum van harte gelukgewenscht er mede dat is immers 7 de kl. al weer een stap verder hoe veel traktement doet dit nu? en zeg moet je er nu niet na toe om een woning te zoeken zoo ja doe dat dan in maart want voor mei zal je wel niet heen moeten en zie dan s.v.p. in Workum, of er om heen, voor ons ook uit na een woningje of bij menschen in dan ken ons goed met een en de zelfde gelegenheid van jouw verhuisboel mede natuurlijk dat ik er voor bet. want zie je dan kan mijn goed gepakt blijven staan en dan moest je op je reis naar W. om huizen te kijken over hier of Amst. en haal ons dan van Tante Els af dan reisden wij zoo prettig met je mede naar Valkensw.
Cato (Catharina Rebekka) Pollius
10 dec 1818 te Lollum - 11 sep 1894 te Bladel
Adolph Leonard Thierens
18 mrt 1850 - Spanbroek
15 nov 1933 - Velp
Hes (Hester Maria Isabella) van Dissel
18 dec 1854 - Bladel
10 jul 1929 - Velp
In het bevolkingsregister van Workum vinden we Adolf en Hes weer terug omdat zij zich op 7 April 1880 in de gemeente Workum inschreven. We leren uit ditzelfde bevolkingsregister (Tresoar, Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum), dat moeder Cato Thierens Pollius (de briefschrijfster) inderdaad met het gezin van haar zoon is meegekomen samen met Adolph’s zuster To (Catharina Rebekka Joukdina), de latere echtgenoot van Anton van de Water, moeder van Toot van de Water.

De familie verhuist op 29 januari 1883 vanuit Workum naar Bodegraven. Moeder en zuster To blijven nog tot 29 April 1886 in Workum wonen en verhuizen dan respectievelijk naar Veenhuizen en Hem.


Helaas is de kolom HUIZING in het bevolkingsregister niet ingevuld. We zullen dus waarschijnlijk nooit weten op welk adres exact de familie heeft gewoond in Workum.

In de geboorte akten van To en Jan staat het adres niet vermeld, hetgeen voor die tijd in zo’n kleine stad waarschijnlijk ook niet ongebruikelijk was.


In 1832 was de woning eigendom van Bastiaan Foppes Mossel (architect te Workum). Ook het huis aan de andere kant van de steeg was van hem. Hij woonde er niet.

Na het overlijden van zijn zoon Frans Mossel (voorheen burgemeester van Workum) worden de twee woningen te koop aangeboden.

Het betreft de woningen:
Noard 87 = Workum sectie A 147 (D69)
Noard 85 = Workum sectie A 145 (D68)

Zie de advertentie uit de Leeuwarder Courant van 9 november 1877.

Op www.hisgis.nl staan de woningen.Ook de steeg is zichtbaar. Zie foto hierboven.
Het huidige adres is: Noard 87. 8711AC Workum

Op de diverse briefkaarten die gestuurd werden naar Workum, ter gelegenheid van de geboorte van hun eerste dochter To op maandag 13 september 1880, staat alleen vermeld: Thierens – Workum.

Echter…..
Via de Oudheidkundige Vereniging Warkums Erfskip kwam ik in contact Gerrit Twijnstra. Hij wees mij op de advertentie “Heerenhuizinge c.a., Workum” die zeven keer verschenen is in de Leeuwarder Courant tussen 19 januari en 2 februari 1883.



Links een foto uit het Archief van de familie Pot.

De familie Thierens woonde volgens de advertentie van de verkoop van hun woning in de Heerenhuizinge D 69. Dit is tegenwoordig Noard 87.

Helaas is mooie klokgevel verdwenen in vervangen door een trapgevel zoals te zien op de foto’s; er zit nog steeds een brede steeg.

Hieronder is de woning te zien, zoals die er nu uit ziet.
Een steeg is erg belangrijk. Hierdoor hoef je de fiets niet in de gang te zetten, maar kun je achterom, zonder je buren lastig te vallen.

Achter heb je nog steeds vrij uitzicht over de landerijen, terwijl je voor midden in de stad woont.
Rond 1950
foto: Oudheidkundige Vereniging Warkums Erfskip
19 September 2009
1909 en 19 september 2009



  Catharina Maria Johanna (To) Thierens
To (Catharina Maria Johanna) Thierens is de dochter van Adolph Leonard Thierens en Hes (Hester Maria Isabella) van Dissel, geboren op maandag 13 sep 1880 te Workum.

Zij slaagt in 1900 voor de 5-jarige H.B.S. in Zierikzee en slaagt voor het eerste natuurkunde examen op 10 oktober 1901 te Amsterdam, aan de faculteit voor Wis- en Natuurkunde. Vervolgens studeert zij medicijnen van 1901 tot 1903 te Amsterdam, medeoprichtster van de Amsterdamse Vrouwelijke StudentenVereniging, overleden op donderdag 19 maart 1964 te Alkmaar. In die tijd allemaal heel bijzonder voor een meisje.

To trouwt op dinsdag 27 december 1904 te Tilburg met Ir. Aai (Adrianus) Pot, zoon van Jan Pot en Anna Barbara Stoel, geboren op woensdag 13 februari 1878 te Alkmaar, electrotechnisch en werktuigkundig ingenieur, beheerder van de telefoonnetten te Alkmaar en Den Helder, beheerder van de stoomtram Den Helder - Huisduinen, oud-dir. N.V. Woningmij te Alkmaar, overleden op maandag 7 mei 1951 te Alkmaar.


  Elie Johannes Fran?ois (Jan) Thierens

Prof. Ir. Jan (Elie Johannes Fran?ois) Thierens is de zoon van Adolph Leonard Thierens en Hes (Hester Maria Isabella) van
Dissel, geboren op zaterdag 28 jan 1882 te Workum, Nederlands Hervormd, werktuigkundig- en elektrotechnisch ingenieur, adjunct-directeur van de Stedelijke Fabriek van Gas- en Elektriciteit te Leiden, adjunct-directeur van de Fabrieken van Gas, Elektriciteit en Waterleiding van de gemeente Delft, hoogleraar Elektrotechniek Technische Hogeschool te Delft, Officier in de Orde van Oranje Nassau. Overleden op zondag 2 juli 1967 te ’s-Gravenhage.

Jan Thierens doorliep de H.B.S. en de Technische Hoogeschool te Delft, waar hij in 1904 zijn diploma werktuigbouwkundig ingenieur behaalde. Vervolgens studeerde hij nog een jaar te Karlsruhe. Hij keerde naar Delft terug en was van 1905 - 1907 assistent bij Prof. Dr. C. Feldmann aan de Technische Hoogeschool. Daarna was hij tot 1909 ingenieur bij de Electriciteitsmij. Lahmeyer te 's-Gravenhage. In dat jaar werd hij benoemd tot adjunct-directeur der Stedelijke Fabriek van Gasen Elektriciteit te Leiden. Hij bleef daar tot 1912, in welk jaar zijn benoeming volgde tot ingenieur en chef der Techn. afd. van Lindeteves-Stokvis' Handelmij. te Semarang en Amsterdam. Gedurende drie jaar behartigde hij daar en vervolgens te Amsterdam de hem toevertrouwde belangen, doch in 1917 vertrok hij naar Delft, als adj.-dir. der Fabrieken van Gas, Elektriciteit en Waterleiding der gemeente Delft. Ook deze functie heeft hij niet lang bekleed, want reeds drie jaar later werd hij benoemd tot ingenieur en chef van de afd. Elektriciteit bij de Kon. Ned. Hoogovens en Staalfabrieken te IJmuiden. Tenslotte volgde in 1925 zijn benoeming tot Hoogleraar aan de T.H.S. te Delft. In de loop der jaren zijn vele publicaties van hem verschenen in vaktijdschriften, zoals o.a. "De Ingenieur" en "Polytechnisch Weekblad". Ook schreef hij enkele leerboeken. De regering erkende zijn vele verdiensten door zijn benoeming tot officier in de order van Oranje-Nassau (1935).



ADOLPH LEONARD THIERENS
RIJKSONTVANGER DER DIRECTE BELASTINGEN EN ACCIJNZEN


Het verhaal achter 44 jaar, 6 maanden en 18 dagen toewijding en kunde; een leven vol verhuizingen, maatschappelijke betrokkenheid en de afschaffing van de borgtocht.

Adolph Leonard Thierens werd op 16 september 1872 als onbezoldigd surnumerair aangesteld bij Koninklijk Besluit door Koning Willem III, als Rijksontvanger der directe belastingen en accijnzen. Op 6 november 1876, vier jaar later, is hij in Bladel (kantoorklasse 9), onderaan begonnen. Daarna werkt hij in Koudum, Valkenswaard, Workum, Bodegraven, Wamel, Wolvega, Gouda, Helder, Middelburg en Tilburg. Hij sluit zijn carri?re af in Arnhem (in klasse I). Hoe deed je dat in die tijd, verhuizen van Wamel naar Wolvega? Verhuisauto’s waren er nog niet in 1888.

Maandag 18 maart 1850 is een heldere maar koude dag in Spanbroek; het vriest 7 graden Celcius; in de loop van de dag gaat het sneeuwen. Om twee uur in de middag kondigt de nieuwe belastingontvanger Adolph Leonard Thierens zijn entree in de wereld aan. Hij groeit op in een groot gezin en treedt in de voetsporen van zijn vader, Gerardus Diedericus Thierens, rijksontvanger in Spanbroek, Medemblik en Hoorn.

In Bladel, waar hij vanaf november 1876 was gestationeerd, leert Adolph zijn vrouw Hester kennen, dochter van dominee van Dissel. Kort na de kennismaking verhuist het gezin van Dissel naar Stratum. Zijn volgende standplaats was Valkenswaard. Daar vandaan kon Adolph zijn verloofde lopend over de hei bereiken. Vaak had hij zijn kasgeld bij zich. En dit tijdens zijn toenemende slechthorendheid; niet ongevaarlijk!

De grootvader van Hester, notaris Albertus Perk, een veelzijdig man en de paus in de familie, moest gehoord worden over het huwelijksplan van zijn kleindochter. Aanvankelijk had hij er bezwaar tegen want een ontvanger kan er met de kas van door gaan maar uiteindelijk gaf hij toestemming. In 1879 trouwen Adolph en Hester. De eerste woning van de jong gehuwden was boven het station in Valkenswaard. Een handige locatie voor wat betreft de invoerrechten.

Als hij op 14 februari 1880 aangesteld wordt in Workum, leest moeder Cato Thierens Pollius dit in het “Nieuws van de Dag” en schrijft hem dezelfde dag nog een brief om hem te feliciteren: “Hedenmorgen las ik tot mijn groote blijdschap dat je benoemd ben te Workum van harte gelukgewenscht er mede dat is immers 7de klasse al weer een stap verder. Hoeveel tractement doet dit nu?” Uit de stamlijst van A.L. Thierens blijkt dat het tractement ƒ1.010,-- per jaar is. (nu ongeveer 9.623)

In Gouda was Thierens verantwoordelijk voor de buitengebieden; hij hield zogenaamde ‘zitdagen’ in o.a. Zevenhuizen, Moerkapelle, Waddinxveen en Reeuwijk. Dit gaf afwisseling bij het kantoorwerk. Het gezin woonde in Gouda in de Crabethstraat. Aan de achterzijde van het huis was de grote keuken en aan de straatzijde het belastingkantoor. Soms werd er een koeienstaart door het raam naar binnengehaald om er een loodje aan te bevestigen als bewijs, dat de accijns betaald was en het dier geslacht mocht worden. De hoeveelheid accijns die betaald moest worden hing onder meer af van het gewicht van het dier. Als de aangever die te laag opgaf, en zo dus minder accijns probeerde te betalen, kon de ontvanger het dier in beslag nemen. Hij betaalde dan de aangegeven waarde plus nog 7% van die som en kon het dier vervolgens zelf verkopen. De gemaakte winst was voor hem.

Na Gouda volgde Helder (het tegenwoordige Den Helder). De douane had daar een stoomboot, ‘Zeemeeuw’ waarvan hier een afbeelding.

Doordat Thierens slechthorend was en van ‘hand achter het oor’ overging naar een geluidshoorn en omdat er aan tafel in het gezin Thierens, met 4 kinderen, altijd veel te praten viel, duurden de maaltijden lang. Meer dan eens heeft zijn vrouw Hes zijn aandacht getrokken door met haar handen te zwaaien en te roepen “man, eet nu eens door!”

Rijksontvangers moesten bij aanstelling een waarborgsom, een borgtocht storten, ter grootte van de netto ontvangsten over twee maanden. Mocht door schuld van de ontvanger rijksgeld verloren gaan, dan bood de waarborgsom tot zekere hoogte gelegenheid op verhaal op de ontvanger. Kwam de ontvanger op een kantoor van een hogere klasse, waar grotere bedragen omgingen, dan moest de waarborgsom worden verhoogd. Voor velen was het moeilijk de waarborgsom en later de verhogingen te financieren. Men moest het geld meestal van familie of kennissen lenen.

Het systeem van borgstelling was geregeld bij K.B. van 12 juni 1825. De ontvangers ageerden stevig tegen het systeem. In 1891 werd uit de leden een commissie van vijf gevormd die moest onderzoeken of er niet een meer doelmatige en goedkoper wijze van borgstelling mogelijk was. Nadat bij een wiskundige advies ingewonnen was, leidde het werk van de commissie tot voorstellen bij de minister. In 1894 kwam er bericht dat de zaak was vertraagd, doordat er een wisseling van ministers was geweest. In 1895 vroeg de minister advies aan deskundigen en pas in 1896 mocht de commissie op audi?ntie komen.

Toen Thierens bij de minister op bezoek ging en de kamerdienaar hem binnenliet en aangekondigd had, haalde hij uit de achterzak van zijn jas een zwart voorwerp te voorschijn. Het gezicht van de minister verstarde. Korte tijd daarvoor was op een andere minister een aanslag gepleegd. Maar het zwarte voorwerp was geen revolver, het was een gehoortoestel.

In 1898 werd in hotel Krasnapolsky in Amsterdam de ‘Vereeniging van tot zekerheidsstelling verplichte Rijksambtenaren’ opgericht. Thierens was een van de initiatiefnemers en werd benoemd als commissaris. Op 6 februari 1899 wordt voor notaris Eikendal in Den Haag een akte gepasseerd. Het betreft de collectieve acte van borgstelling tussen de Minister van Financiën en het bestuur van de vereniging.

In Juni 1900 biedt het bestuur van de vereeniging ‘Eigen Hulp’, afdeling ‘Zekerheidsstelling voor ambtenaren en beambten’ de mogelijkheid om de aandelen van ƒ 50,-- in te wisselen voor een bedrag van ƒ 140,--. Dat klonk aantrekkelijk, maar uiteindelijk zouden ze veel meer kunnen opbrengen. Thierens schrijft daarover in no. 601 van “De Fiscus” om het voorgestelde aanbod niet aan te nemen, maar voorlopig over te gaan tot een uitkering van ƒ 100,-- en de rest, plus de rente, in de toekomst uit te betalen. Hij riep daarbij alle belanghebbenden die met hem instemden op, om hem als bewijs hiervan een briefkaart met hun naam te sturen. In de maand Juli van het jaar 1900 stroomden de briefkaarten van rijksontvangers, registratieontvangers en postdirekteuren binnen in zijn kantoor in Middelburg.

Op 28 augustus 1903 tekent Koningin Wilhelmina, op voordracht van de minister van Financiën Kolkman, het Koninklijke Besluit waarmee A.L. Thierens Ridder in de Orde van Oranje Nassau wordt. Motieven: "bij een leeftijd van 63 jaren telt deze ambtenaar 41 dienstjaren. Hij munt uit door toewijding, ongewone kunde en ontwikkeling."

In Oktober 1914, 2 jaar voor zijn pensioen, hoort hij tot zijn grote ontsteltenis dat hij is voorgedragen voor ontslag wegens hardhorendheid. Een maand later schrijft hij een brief aan Koningin Wilhelmina waarin hij haar “eerbiedig” verzoekt om hem tot 6 november 1916 in dienst te laten, de datum waarop hij er 40 betaalde dienstjaren heeft en hij een volledig pensioen zal krijgen. Het staatshoofd stemt daar mee in. Hij gaat op 30 April 1917, na 44 jaar, 6 maanden en 18 dagen bij de belastingdienst te hebben gewerkt op 67-jarige (!) leeftijd met pensioen.

Hij heeft zich vanaf 1913 actief bemoeid met de oprichting van de afdeling Arnhem van de ‘Vereeniging tot bevordering der belangen van Slechthorenden.’ 83 Jaar oud overleed hij in november 1933 in Velp.

Adolph Leonard Thierens, hij heeft mede de basis gelegd en een wezenlijke bijdrage geleverd aan de modernisering van het borgtochten systeem uit 1825 dat in uiteindelijk in 1919 werd afgeschaft.

Voor meer informatie over de genealogie van de familie Thierens, zie ook www.geneologie-timmerman.nl