Noard 165

Merk 4
8711 CL Workum
tel. 0515 - 54 12 31










Noard 165
Drie schamele huisjes worden
één deftige, zeer schone huizinge.
Minte de Jong

"Zeer schone huizinge" met koetshuis.
Noard 165 en 167.

Met de deftige, zeer schone huizinge wordt bedoeld het pand Noard 165, eerder wijk E nr. 10. In oktober 2009 is in de Friso aan dit pand reeds een artikel gewijd. Hierin stonden de laatste bewoners van het pand, Marinus ter Haar en zijn vrouw Gretha Leeuw, centraal. In het artikel is, als terloops, ook een overzicht gegeven van eigenaars en/of bewoners van het pand en van enkelen zelfs een heel korte levensbeschrijving. Over de geschiedenis van het pand en over haar eigenaars en bewoners is uiteraard veel meer te zeggen dan in genoemd artikel staat.


De 17de en 18de eeuw; de Hinloopen’s.

Vóór 1707 stonden op de plaats van de deftige, zeer schone huizinge, drie huisjes. De huisjes hadden meestal verschillende eigenaars en werden in de regel verhuurd. In 1707 koopt een zekere Claes Goyckes Hinloopen de drie huisjes. Hij breekt ze af en bouwt in hun plaats de deftige, zeer schone huizinge. Tot 1730 woont hij hier zelf in. In 1744 wordt het belendende huis (de tegenwoordige garage Noard 167) aangekocht. In 1795, na het overlijden van de laatste Hinloopen, worden Wopke Dirks Brouwer en zijn zuster Baukje eigenaars.

De Hinloopen’s zijn doopsgezind en tegen het eind van de 18de eeuw één van de rijkste families in Friesland. Ten tijde van de Republiek spelen doopsgezinden in Friesland een belangrijke rol in de handel en scheepvaart. In de Zuidwesthoek drijft de welvaart grotendeels op hen, ook in Workum. Goycke Claeses Hinloopen is in Workum de meest toonaangevende. Hij krijgt in 1671 burgerrechten van de stad. Goycke Claeses is in 1694 één van de oprichters van de Vermaning. Hij en zijn vrouw Hendrikje Dirks Brouwer krijgen twee zonen: Claes en Dirk. Claes en zijn vrouw Anna Johannes Adema krijgen ook twee zonen: Johannes en Goycke. Goycke overlijdt op jonge leeftijd. Het huwelijk van Johannes blijft kinderloos. Johannes, “sa waard sein”, was vaak dronken; hij begon dan te schelden en kwaad te spreken, een enkele keer werd hij ook handtastelijk. Dirk Goyckes is rond 1700 “liefdepreeker” in de doopsgezinde kerk. Hij en zijn vrouw Jeltje Johannes Adema (zuster van de vrouw van Claes Goyckes) krijgen vijf kinderen, die allen ongehuwd en kinderloos blijven. In 1795 overlijdt de laatste Hinloopen: Simon Dirks. Het vermogen, dat in de loop van de tijd was opgelopen tot een voor die tijd ongelooflijke hoogte van ruim 850 duizend gulden gaat dan over naar Wopke en Baukje Dirks Brouwer. Zij zijn achterkleinkinderen van Dirk Jans Brouwer, een broer van Hendrikje Dirks Brouwer, de echtgenote van van Goycke Claeses Hinloopen.


19de eeuw.

Vanaf 1803 bewoont de jurist Isaäk Verwey het huis. Hij drijft in Workum een boekdrukkerij. In 1807 worden de chirurgijn Johannes Jacobs Stelwagen en zijn vrouw Sjoukje Brouwer (geen familie van Wopke Brouwer) voor ƒ4000 eigenaars en bewoners van de deftige, zeer schone huizinge. Voor het eerst heeft het huis nu ook een adres: wijk E nr.10. Voor die tijd kende Workum een indeling in vijf espels en twee buitenkwartieren; de huizen hadden toen nog geen nummer. De uit Dokkum afkomstige Johannes Jacobs Stelwagen doet in 1794 in Leeuwarden bij het chirurgijnsgilde examen. De uitslag is niet denderend: hij mag geen medicijnen voor inwendig gebruik voorschrijven en ook niet als vroedmeester (verloskundige) optreden. In 1811, toen ons land een provincie van Frankrijk werd, zweert Johannes Stelwagen, in de herberg onder het stadhuis, trouw aan Napoleon en wordt hij lid van de municipaliteit (stadsbestuur) van Workum. Na de Franse tijd maakt hij ook deel uit van de nieuwe gemeenteraad. In 1813 doet Johannes Stelwagen met succes examen voor vroedmeester. Hij bezit een “panwurk” (dakpannenfabriek) in Workum. Op de erelijst van inwoners van Workum, die zich hebben onderscheiden door “kunde, braafheid en vermogen” staat ook de naam van Johannes Stelwagen.

Burgemeester Carl Troste.
Carl Troste wordt in 1817 voor ƒ3300 eigenaar en bewoner van de deftige, zeer schone huizinge. Hij was in 1793, op 13-jarige leeftijd, uit het plaatsje Korbach in het vorstendom Waldeck, naar Workum gekomen en trekt in bij zijn oom en tante, Wilhelm Rocholl en Sara Wijtenkamp. Wilhelm Rocholl, ook geboren in “Courbach in ’t Waldekse”, was op 23 december 1783, na het afleggen van de burgereed, burger van de stad Workum geworden. Hij woonde toen al een aantal jaren in Workum. In de waagboeken wordt hij al in 1778 genoemd. Op 26 februari 1810 beluidt de toren van Workum zijn dood. Het heeft 14 jaar geduurd voordat Carl Troste als burger van de stad Workum werd aangenomen. Hij trouwt op 7 oktober 1804 met Catharina Jacobs Visser. Van de tien kinderen, die zij krijgen, zijn er drie jong gestorven. Omstreeks 1820 begint Carl Troste in de tegenwoordige garage (Noard 167) een tabaksfabriek. Hij is ook eigenaar van het pand daarnaast en gebruikt dit als pakhuis. Carl Troste wordt op 12 september 1828 benoemd tot burgemeester van Workum. Later wordt hij ook nog lid van de Provinciale Staten van Friesland. Omstreeks 1830 moet het huis de voorgevel hebben gekregen zoals we die nu nog kennen. De omlijsting van de voordeur, de daklijst en het fronton op de dakkapel zijn typerend voor die tijd. Op zijn verzoek wordt Carl Troste op 21 juni 1852 eervol ontslag uit zijn ambt van burgemeester verleend.

Kadastrale kaart 1832

Burgemeester Rintje Jans Visser.
Rintje Jans Visser wordt in 1858 eigenaar en bewoner van de deftige, zeer schone huizinge. In 1852 had hij de palinghandel van zijn vader overgenomen. Deze handel legt hem geen windeieren, hij wordt er schatrijk mee. In het jaar 1882 heeft hij niet minder dan zes palingaken in bedrijf en vervoert daarmee 245.000 kg paling naar Londen. Bij zijn “ielfolk” staat Rintje Visser goed aangeschreven. Zij verdienen bij hem vijf gulden in de week, later wordt dat zes gulden. In die tijd was dat een goed loon. In zijn testament bedenkt hij de werknemers, die hem tot aan hun 60ste jaar trouw hebben gediend, met een maandelijkse uitkering tot aan hun dood: voor de schippers ƒ25, voor de anderen ƒ17,50 (weduwen een paar rijksdaalders minder). Voor die tijd een prima oudedagvoorziening, toen waarschijnlijk een unicum in Workum.

Rintje Jans Visser is in 1857 één van de oprichters van de “Vereniging voor Christelijk Onderwijs in Workum”. In oktober 1758 opent deze vereniging de “School met de Bijbel” op het Noard (tegenwoordig hoofdgebouw van het Jopie Huisman museum). Hij, en later ook zijn weduwe, staat altijd klaar met financiële steun wanneer de vereniging de financiële touwtjes weer eens niet aan elkaar kan knopen.

Rintje Jans Visser wordt in januari 1882 burgemeester van Workum. Daarvoor was hij al een aantal jaren raadslid en wethouder geweest. In 1883 vindt er, na afloop van een raadsvergadering, een merkwaardig incident plaats. Bij aanvang van de rondvraag had raadslid Tjerk Sines Visser aangegeven, dat hij graag als laatste spreker het woord wilde voeren. Wegens een verhuizing naar Amsterdam was het zijn laatste raadsvergadering. Echter, voordat hij aan de beurt kwam, sloot de voorzitter, burgemeester Rintje Visser, de vergadering. Een erg boze Tjerk Visser, sprak onmiddellijk daarna -de voltallige raad was nog aanwezig- de burgemeester toe: “Burgemeester, U heeft eenige jaren geleden ƒ1000 **) genoten ten nadeele van de gemeente. Neen, niet zalig de bezitter wanneer daaraan de ongerechtigheid kleeft. Niet zalig de bezitter eveneens van de ruim ƒ200 *) ten koste der gemeente van het bekende erfscheidingshek, waarover de raad indertijd met algemeene stemmen tegenover u als raadslid besloot te procedeeren”. De woorden van T.S.Visser worden door burgemeester en raad hoog opgenomen. Zij dienen een klacht in bij de rechtbank te Leeuwarden. Tjerk Sines Visser wordt veroordeeld tot 15 dagen celstraf. Hij laat het er niet bij zitten en gaat in beroep bij de Hoge Raad in Den Haag. Hij wordt vrijgesproken van de door hem “in eene raadszitting uitgebrachte beschuldiging tegen een magistraatspersoon”. Hem wordt nog wel “de luttele boete van een rijksdaalder opgelegd, wijl door zijne woorden een burger beleedigd is” . De magistraatspersoon en de burger zijn dezelfde: burgemeester Rintje Visser. De beledigende woorden waren na sluiting van de raadsvergadering geuit. De burgemeester was toen geen magistraatspersoon meer maar een gewone burger !!!.

*) In 1873 was er een conflict ontstaan tussen de gemeente en Rintje Visser over een hek, dat door de gemeente was aangebracht tussen één van haar huizen en een boerderij van Rintje Visser. De gemeente vond dat Rintje Visser de kosten moest betalen. Rintje Visser weigerde dit, ook toen de gemeente voorstelde de helft van de kosten te betalen. De zaak werd voorgelegd aan het kantongerecht te Hindeloopen. Tot verbijstering van de gemeente werd Rintje Visser in het gelijk gesteld.
**) Al in december 1877 was de “ƒ1000-kwestie” door T.S. Visser in de Raad aan de orde gesteld. Hij zei hierover o.a. het volgende . “Reeds een vergadering of drie heb ik mij over deze zaak geërgerd. Ernstig keur ik het af, dat de heer R.J.Visser, volgens de verzekering van den heer Tengbergen van de Friesche Landaanwinningsmaatschappij, heeft ontvangen eene som van ƒ1000 voor de afsluiting der Hollemeer. Hij heeft die gelden in het duister ingepakt en dat als lid van den raad, als wethouder, die bij al die handelingen van den raad inzake de droogmaking van het Workumemmeer is tegenwoordig geweest. Die ƒ1000 zijn de gemeente ontvreemd, want, had de heer R.J. Visser die niet voor zich bedongen, dan had de gemeente in stede van ƒ4000 zekerlijk ƒ5000 gekregen”.

Noard ca. 1890. Geheel rechts de woning van Rintje Jans Visser.
fotocollectie: Warkums Erfskip

Rintje Jans Visser overlijdt op 29 oktober 1897. Rintje Jans Visser was de laatste burgemeester uit de “eigen gelederen”. Hij wordt opgevolgd door de 31 jarige Titus Marius ten Berge.


20ste eeuw.

De weduwe van Rintje Visser, Maria Hendrika Zandstra, trouwt op 9 mei 1900 met de in Wommels geboren en in Hoorn wonende stoombootondernemer Meile Horjus. In mei 1905 verhuizen zij naar Maarseveen. Bewoner van het huis E 10 wordt dan de koopman Haije van der Werf. Na zijn overlijden op 23 juli 1908 blijft zijn weduwe tot aan haar dood in 1922 in het huis wonen. In 1916, na het overlijden van Maria Hendrika Zandstra wordt het huis verkocht aan de Rooms-katholieke kerk.

De harmonie Crescendo o.l.v. Bonne Wielinga brengt een aubade aan burgemeester Wagenaar.
fotocollectie: Warkums Erfskip

Burgemeester Adolf Wagenaar is volgende bewoner van de deftige, zeer schone huizinge. Bij Koninklijk Besluit van 16 april 1921 wordt de toen 29 jarige Adolf Wagenaar Albertszoon benoemd tot burgemeester van de gemeente Workum. Zijn voorganger, jonkheer Joan Quarles van Ufford was in februari van dat jaar op 32-jarige leeftijd overleden. Hij was nog maar 26 jaar oud toen hij burgemeester van Workum werd. Bij de installatie van burgemeester Wagenaar hield de waarnemend burgemeester Walter Kroeze een toespraak, die hij eindigde met de volgende woorden: “De Heere zegene U en hij behoede U ! De Heere doe zijn aangezicht over U lichten en zij U genadig ! De Heere verheffe zijn aangezicht over U en geve U zijn vrede !“. Wat heb ik die woorden in mijn jeugd vaak gehoord. Burgemeester Wagenaar is vrijgezel en woont samen met zijn moeder in het huise. Onder zijn leiding zijn verschillende werken tot stand gekomen. O.a. het dempen van de Noorderhaven, het water dat door Dwarsnoard liep, en de aansluiting van Workum op het provinciaal elektriciteitsnet. Hij is beschermheer van het christelijk muziekcorps “Crescendo” en voorzitter van de Heidenskipster Veenpolder. Van zijn hand is het boekwerkje “Het Stedeke Workum”, uitgegeven in de zomer van 1923. Burgemeester Wagenaar overlijdt op 1 april 1930. In de Friso van 9 april 1930 staat daarover het volgende bericht.”Maandagmorgen verspreidde zich de droeve mare door de stad, dat onze burgemeester was overleden. Een week tevoren had hij een hartaanval gehad en hoewel de toestand direct ernstig was, had men toch dit plotselinge overlijden niet verwacht. Zeer jong is hij reeds ten grave gedaald. Hij ruste in vrede”. Enkele weken later wordt de keurige inboedel “ten sterfhuize” van burgemeester Wagenaar, tegen contante betaling, publiek verkocht. Vooraf kon de inboedel, tegen betaling van 10 cent ten behoeve van de Vereniging “Het Groene Kruis”, bezichtigd worden.

fotocollectie: Stichting Stadsherstel Workum

Na burgemeester Wagenaar begint het artsentijdperk. Achtereenvolgens bewonen zes artsen de deftige, zeer schone huizinge en oefenen er hun praktijk uit: Jitze Leeuw, David Smit, Anton Hazevoet, Henricus Jan Mulder, Simon Jan Oudeboon en Bert Stoel. Zes artsen in slechts 42 jaar!!. Van Jitse Leeuw, de vader van Gretha Leeuw, de laatste bewoonster van Noard 165, is bekend dat hij graag hard reed. Als gemeenteraadslid heeft hij er voor gezorgd dat de maximum snelheid in de stad van 25 km naar 40 km ging. Dokter Oudeboom streefde in woord en daad naar een zo groot mogelijke kennis van de Eerste Hulp Bij Ongelukken (EHBO) van iedere Workumer.


Noard 165 ten tijde van dokter Bert Stoel
fotocollectie: Stichting Stadsherstel Workum

Tjalke en Lokke Notermans-van der Meij kopen in 1972 Noord 165 van de rooms-katholieke kerk. Zij oefenen er een fysiotherapiepraktijk uit. Sybren en Tjitske de Boer-de Jong van de “NOBA” worden in 1977 eigenaar en bewoner. Helaas wordt Sijbren slechts een jaar in de deftige, zeer schone huizinge gegund. Na zijn overlijden woont zijn zoon Hindrik Piter de Boer en Hanna de Boer-Smits hier. In 1989 wordt het huis verkocht aan de Marinus en Gretha ter Haar-Leeuw.

Noard 165 is in 1989 opgenomen in het register van Beschermde Monumenten.

Sinds december 2013 zijn Patrick en Inez Overwijk-Metselaar en de kinderen Marlon, Rutger en Evan zijn de trotse bewoners van dit mooie pand.

De monumentale keuken

Balkon met prachtig uitzicht over de tuin.


Bekijk de woning Noard 165 en 167
eerst de reclame even afwachten