Warkums Erfskip 40 jaar






Warkums Erfskip veertig jaar

In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog ging het velen in economisch opzicht niet voor de wind. Ook Workum werd getroffen door de economische malaise. Het werk lag niet voor het oprapen en de lonen waren laag. Wie een oud pand aan de Wymerts bewoonde, had in zeker opzicht geluk. De oude huizen zaten vol met voorwerpen waar handelaren, opkopers, particulieren en museumdirecteuren flinke prijzen voor wilden betalen (voor die tijd tenminste...) En zo verdwenen bedsteewanden, schoorsteenmantels, tegels en tegeltableaus voor altijd uit Workum. Voor hen die de historie van de oude stad lief hadden een nauwelijks te verteren zaak. Een reactie kon niet uitblijven.

Op 27 october 1951 verscheen er in de Workumer courant "Friso" een oproep van de oud Workumer F.S de Vries uit Haarlem om " alles hwat gearhinget mei de skiednis fan ús stêd by 'n oar sjen to krijen". Enige malen eerder had De Vries een dergelijke oproep geplaatst, maar hij had geen gehoor gevonden. Dit keer had hij echter wel succes.

Op 10 december 1951 kwam een vijftal Workumers bijeen: W.T. Beetstra, apotheker, die als eerste had gereageerd, J. D. de Jager, secretaris van Westergo's IJselmeerdijken, B. Eiling, schoenmaker en W. Visser die van beroep timmerman was, vormden op die avond een "foarlopige kommisje ".

Prof. dr. J. Jansen en F. S. de Vries, oud-Workumers en onmiskenbaar de stuwende krachten achter het initiatief, bleven op de achtergrond.


Eerste bijeenkomst

v.l.n.r.: Wijnberg, Sint Gertrudiskerk en waag.

Op 27december 1951 vond in de Wijnberg de oprichtingsvergadering plaats van de "âldhiedkundiche ferieniging".

Veertien personen woonden de vergadering bij en Prof. Jansen hield een vurig pleidooi voor de instandhouding van het Workumer cultuurgoed. Wat leeft er aan historisch besef als men in de Tillefonnesteech een naambordje plaatst met de naam "Telefoonsteeg" en krijgen we straks ook een bordje met "Pad der ziel" (Sylspaed) zo vroeg hij zich af. En hij besloot met de woorden: "Wy moatte reggegraat hawwe en learre ûntsach en earbied te hawwen foar hwat ús foarâlden prestearren". De aanwezigen lieten het niet bij een warm applaus. Zij gaven zich zonder uitzondering op als lid. De commissie die de oprichtingsvergadering had georganiseerd, werd geinstalleerd als voorlopig bestuur met dien verstande, dat de heer A. Osinga uit Nijhuizum aan het voorlopige bestuur werd toegevoegd.

Op de eerstvolgende bestuursvergadering werden de taken verdeeld. De Jager werd voorzitter, Beetstra secretaris, Eiling penningmeester, Visser werd materiaalkommisaris en Osinga bijzitter. De minimumcontributie werd vastgesteld op een gulden, maar men had goede hoop dat "forskate leden djipper yn 'e ponge taeste sille". Op 24 april 1952 vond de eerste propagandabijeenkomst plaats in de Wijnberg. Er waren die avond 30 personen aanwezig, waaronder burgemeester Russchen en gemeentesecretaris Van der Goot. Sprekers waren de heer H. Halbertsma uit Amersfoort en de heer F.S. de Vries, de initiatiefnemer. Vooral de rede van de heer Halbertsma heeft weinig aan actualiteit ingeboet. Hij hield en warm pleidooi voor een oudheidkamer als cultuuroverdragende instantie voor met name de eigen stad en nabije omgeving. De voorwerpen van de vereniging dienen geregistreerd te worden en men moet met een zekere smaak de voorwerpen tentoon stellen, aldus de heer Halbertsma.

de Sint Gertrudiskerk met rechts de Latijnse School

Inmiddels was de vereniging voorzichtig met haar eigenlijke werk begonnen: van deze en gene kreeg zij voorwerpen in bruikleen of geschonken. Op vijf juli 1952 bracht het Genealogisch Wurkferban van de Fryske Akademie een bezoek aan Workum. Het bestuur van Warkums Erfskip had voor deze gelegenheid in de Latijnse school een kleine expositie ingericht, die bij de bezoekers zeer in de smaak viel. Ook bij het probleem van het toekennen van straatnamen was de vereniging actief.

Op de zolder van de St Gertrudiskerk werden fragmenten van historisch waardevol kerkmeubilair gevonden. In een onderhoud met de burgemeester bleek gelukkig dat wel veel maar niet al het historisch materiaal uit het gemeentehuis, in "beppes fodkoer bidarre is". De heer F.S de Vries en Prof. Jansen "joegen" buiten de provincie op Workumer families en brachten in kaart wat zij aan historische voorwerpen uit Workum bezaten.


Hellebaard

De allereerste aankoop verliep minder voortvarend. Via de heer Halbertsma kon de vereniging een eeuwenoude hellebaard kopen die oorspronkelijk uit Workum afkomstig was. Tenminste, zo leek het, want op de vergadering van 20 october 1952 vroeg de heer D. van der Goot of hier geen sprake was van een replica die gemaakt en gebruikt was voor een van de vele historische optochten die er ooit in Workum zijn gehouden. Het bestuur nam de zaak hoog op en na gedegen onderzoek van de heer Beetstra werden de leden gerust gesteld: de hellebaard was geen namaak. Ooit bij een opruiming van de zolder van het stadhuis zo op straat gemeten en dankzij een oplettende iemand gered van de vuilnisbelt. Op 20 october 1952 werden de statuten aangenomen. Tevens werd er een definitief bestuur gekozen. Alle leden van het voorlopig bestuur namen zitting in het nieuwe bestuur op de heer Eiling na. Hij bedankte. In zijn plaats werd de heer S. Holkema gekozen (voormalig bewoner en gebruiker van het pand waar tegenwoordig het fitnesscentrum in is gevestigd).


Eerste Jaarverslag
het pand van de Hendrick de Keijzer Stichting

Eind 1952 kon de secretaris en met hem het voltallige bestuur, terugkijken op een succesvol jaar. Het ledental was gestegen van 14 tijdens de oprichtingsvergadering tot 130 en "dit tal kin grif noch in ein omheech brocht wurde". De collectie groeide wekelijks aan, wat de secretaris deed verzuchten: "Der is driuwend ferlet fan in gaedlik ûnderdak foar ús oangroeiende kolleksje om sa ta ús eigenlik doel to kommen: in pleatselik museum dat bliuwend foar it publyk iepensteld wurde kin." Zover was het echter nog niet.

Het bestuur had het oog laten vallen op het pand van de Hendrick de Keijzer Stichting, toen in gebruik bij de firma Robijns als pakhuis. Zowaar een mooie ruimte, maar de vereniging Hendrick de Keijzer beschikte niet over de financiële middelen het gebouw te restaureren.

Eerst in de tachtiger jaren werd het pand een museum, maar niet voor de oudheidkundige vereniging.


G. Groenhof

Gerben Groenhof is directeur van it Frysk Lânbou Museum