Reintje bij de brug

Merk 4
8711 CL Workum
tel. 0515 - 54 12 31







Reintje bij de brug
(1751-1814)
apotheker te Workum
Auke Hermanides
Hierden, juli 2019

De apothekerwinkel afgebeeld op de Workumer apothekers- chirurgijnsbaar (1781)

Reintje was één van de Workumer apothekers in ons land, die door de beroepsgroep in Nederland, België en Luxemburg in 1990 beroepsmatig beschreven werd. ( 1 )
Uit dit stuk blijkt duidelijk dat de “apothecaire” net zoals nu, naast pharmaceutische en kruidenkundige kennis, bedrijfsmatige interesse en gevoel voor middenstand moest hebben. Daarentegen diende hij zich in tegenstelling tot nu, maatschappelijk te ontwikkelen, zoals we bij Reintje zullen zien. Eveneens kreeg hij bestuurlijke en kerkelijke werkzaamheden in gereformeerde zin. Kerk en staat waren vóór 1798 nog niet strikt gescheiden en belangrijke bestuurlijke benoemingen vonden coöptief plaats (elkaar de bal toespelen).

Afbeelding op de gildebaar van de Apothekers en Chirurgijns.

Hij leefde van 1751 tot 1814 en oefende zijn vak als apotheker, zoals gezegd, uit in Workum. Veel van het apothekersvak veranderde in dat tijdvak ook in verband met de revolutie van 1795. De staatkundige verandering, betekende ook een verandering in de organisatie van de farmacie. Na de opheffing van de gilden werd een Friese commissie van geneeskundig bestuur ingesteld. Alle diploma’s moesten geviseerd (gecontroleerd) worden met het oog op de apothekers-bevoegdheid. Zij die vóór 1800 hun bevoegdheid hadden, behielden die. De eisen werden duidelijk aangescherpt en Reintje diende dus ook te voldoen aan het bijhouden van de recepten en prijzen voor de jaarlijkse controle. Ook moest er een “Pharmacopae Batavum” en een “Pharmacopee pauperum” gehanteerd worden. Hierin stonden de gestandaardiseerde bereidingswijzen, volgens voorschrift, van de meest toegepaste en voorkomende geneeskundige recepten uit die tijd. Eén en ander betekende dat de behoefte aan het aantal apothekers in Workum verder afnam, terwijl de bevolking met bijna de helft in de 17e eeuw tot 3200 inwoners midden 19e eeuw toenam. Waren er in de 17e eeuw nog 3 apothekers nodig, ten tijde van Reintje 2 apothekers en na het midden van de 19e eeuw was er nog maar één apotheker noodzakelijk in Workum. Wat dit voor Reintje betekende zullen we verderop zien.

Reintje heette officieel Reinicus Jurjens Hermanides. Werd geboren op 5 februari 1751 te Hindeloopen en overleed op 22 juni 1814 te Workum. Hij was zoon van Jurjen Harmens die chercher was, wat zoveel betekende als iemand die de waterschapsgelden moest innen. Daarnaast was zijn vader vroedsman (raadslid), chirurgijn en eveneens apotheker in Hindeloopen.

Reintje zal ongetwijfeld veel van het vak van zijn vader hebben geleerd, als hij op de academie van Franeker zit in 1773 en zoals uit het album van de academie te Franker blijkt, het “resentiegeld“ van f 3-3 (3 caroli gulden en 3 stuivers) heeft betaald. Om zich na de studie nog wat te bekwamen volgt er na de academische graad géén “grand-tour” in tegenstelling tot de meeste universitair afgestudeerden die voor hen in die tijd wél gebruikelijk was. Een “grand-tour” was een reis die gemaakt werd door de welvarende Europese landen, waar je als kersverse wetenschapper gemakkelijk met het latijn uit de voeten kon en zo je kennis kon verrijken of etaleren.

Ook was deze reis voorbereidend op de contacten die je in het betreffende vak nodig had. Reintje was niet universitair , maar academisch geschoold. Dat kon nog, volgens de voorschriften van de opleiding van apotheker van vóór 1878.

Hij gaat in plaats daarvan, kort naar Amsterdam, mogelijk om zakelijke redenen. Die zakelijk inslag bezat hij als toekomstig ondernemer zoals we later zullen zien. Mogelijk leerde hij daar zijn toekomstige vrouw kennen.

Ondertrouwakte Reinicus Harmanides en Trientje Hanja op 19 mei 1774 (Archief Amsterdam)

In ieder geval gaat hij daar in ondertrouw, met Trijntje Tjitzes Hania die ruim 6 jaar ouder is dan hij. Zij komt uit een Workumer redersfamilie. ( 2 ) Op 19 juni 1774 trouwt hij met haar in Workum, nadat hij nog in dat zelfde jaar in Workum geëxamineerd wordt door het chirurgijnsgilde tot apotheker. Hij zal zeven kinderen met haar krijgen, waarvan er zeker twee vroegtijdig overlijden. Nadat Reintje zich in Workum gevestigd heeft, krijgt hij in 1776 het burgerrecht, dat rechtstreeks met zijn inkomen te maken heeft. Hij zal enig maatschappelijk aanzien gekregen hebben en gaat in 1778 over tot de aanschaf van “zekere huisinge en hovinge”.


Waar hij exact gewoond heeft, kunnen we tegenwoordig gemakkelijk uit het digitale register in Excel van “Warkums Erfskip” vinden. Workum bestond tussen 1809 en 1955 uit 7 wijken: A tm G, waarvan 5 in het centrum. Betreffende woningen werden in die wijk genummerd. In alle officiële documenten werden deze woningen in die tijd aldus geregistreerd. Deze registratie vindt dus nog tot 1955 handmatig plaats. Nadien volgde het huidige adressen- bestand van straat en nummer. Met behulp van Excel kunnen deze woningen gemakkelijk op huidig adres terug gevonden worden. ( 3 )

Noard 109

Het huis “zekere huisinge en hovinge” was gesitueerd in Wijk D 83. Dit was het huis van de vroedsman Frans Algera ( 4 ), een bekend “meester silversmid”, waarvan het huis naast dat van de “oude- burgemeester” C.A. van Coeverden en naast dat van G. Potter stond.

Het huis bestaat nog steeds, is tegenwoordig te vinden op Noard 109 en is een mooi voorbeeld van een woning met 17e eeuwse trapgevel. ( 5 ) Reintje heeft blijkens “ het huis - en woonregisters Workum” ( 3 ) de renaissance woning tot 1789 in eigendom gehad. Hij betaalt er ruim 650 goudguldens (= 910 caroli guldens) voor.

Kennelijk heeft hij na enige tijd zijn good-will als apotheker weten te bevestigen, want in 1781 is hij de huurder van het kapitale pand op de Merk. In dat zelfde jaar overlijdt zijn voorganger en koopt hij deze “ groote en deftige huisinge c.a. midden in Workum neevens de nieuwe brug regt tegenover ’t stadhuis bij wijlen vroedsman Rodenburg als eigenaar bewoont (…) de gemeene straat ten Oosten, de Tillesteeg ten Noorden” ( 1 ). Het huis was gesitueerd in Wijk D 29, was modern betimmerd en bevatte verscheidene vertrekken. Hij moet er 1301 goudguldens (= 1821 caroli guldens) voor betalen.

Leeuwarder Courant 3 maart 1781

Leeuwarder Courant 28 april 1781

Leeuwarder Courant 17 november 1781

Workum ca 1860 (Cornelis Springer)

Oorspronkelijk had het huis nog een rijke rococo gevel, volgens de schets die Cornelis Springer ( 6 ) in 1871 maakte, zoals de heer Twijnstra ( 14 ), medewerker Warkums Erfskip, mij meedeelde, ten behoeve van een nooit gemaakt schilderij. Zijn schets geeft een vaag beeld van de wat meer classicistische ingang van de voornaam aanwezige apotheek. Opmerkelijk is dat de Wijmerts, als centrale waterverbinding, op zijn schets is weggelaten. De belendende 17e en 18e eeuwse woningen ademen de zwoele sfeer uit van een rijke gildestad. Mogelijk dat de schets als studie moest dienen. (Hoe zou de stad er uitzien na het dempen van de Wijmerts? Of vond de schilder de Wijmerts te contrasterend in zijn eigen compositie van dit romantische aanzicht?).

Workum ca. 1860 (Willem Hekking)

Hoe de apotheek er in die tijd in wat realistischer zin heeft uit gezien, is te zien op een pentekening van Willem Hekking, die hij maakte omstreeks 1860. Hij tekende onder andere de bedrijvige Goudsbloemgracht te Amsterdam in heldere kleuren vlak voordat deze gedempt werd, tegenwoordig bekend als de Willemstraat. Ook hij is een romanticus van die tijd, maar in andere zin. Zijn compositie ( 7 ) geeft duidelijk in contrasterende stijl en in meer realistische zin, de situatie van het centrum van Workum weer: de Wijmerts is als waterverbinding nadrukkelijk aanwezig en geeft het werk ook een zekere diepte. Met de centrale figuur van een kuiper, aan de kade van de Wijmerts als een economisch belangrijk ambt in die tijd, lijkt het alsof Hekking de essentie van de waterverbinding midden in de stad wil accentueren. Net zoals centraal in de schets de “ nieuwe brug” met openbare verlichting, juist onder de door de zon verlichte toren, als voorname verbinding tussen beide zijden van de Noard., liggend recht tegenover de apothekerswoning. Deze doet met zijn klassiek rococo klokgevel en classicistische ingang wat “over –de- top” aan, maar waarschijnlijk wel functioneel als ingang voor een “apothekerswinkel” in die tijd. Zeker is dat, hoewel de bouwstijlen boven en onder sterk verschillen, de gevel vandaag de dag behouden zou blijven. Waarschijnlijk zal de staat van onderhoud de doorslaggevende reden geweest zijn waarom de gevel eind 19e eeuw door één uit de waterstaatstijl periode vervangen werd, immers zoveel strakker en moderner. Reintje zal er tot aan zijn dood blijven wonen.

Workum 2019

Deze gevel versiert de woning nog steeds en is te vinden op Merk 25. ( 8 )


Reintje dankt zijn naam aan deze “ nieuwe brug”. Opgeschreven in zijn brief van 1913 door de toen 58 jarige, genealoog J. Rientsma: “… Tot zijn sterven woonde hij te Workum apotheker zijnde ‘bij een brug’. Men werd toen te Workum veel en alleen bij de voornaam genoemd en aangeduid. Vroeger hebben ouden van dagen dien dezen R. Hermanides persoonlijk hadden gekend te Workum , aan mij verklaard : ‘ Dat genoemde R. Hermanides altijd werd genoemd en aangeduid te zijn ‘Reintje bij de brug’”. ( 9 )
Bij het dempen van de Wijmerts omstreeks 1875, is deze brug definitief uit het stadsbeeld verdwenen. Echter tot voor kort opnieuw in ere hersteld, want bij een recente stadsvernieuwing werd van een klein hoogteverschil in de straat, enkele meters vóór het pand Merk 25 gebruik gemaakt. Dit verschil werd overbrugd met enkele kleine arduinen afstaptrede ‘s en aanleunende ijzeren donkergroen gekleurde rococo leuning, zoals vlak voor de winkelpui aanwezig in dezelfde stijl. Als ware het nog steeds om “ de brug van Reintje “ in ere te behouden. Het huis en “ Reintje ‘s brug “ zijn dus nog altijd te bewonderen en zijn te vinden zoals gezegd op Merk 25 Workum. ( 8 )


Behalve apotheker was Reintje sinds 1779 lid van de vroedschap. Samen met de burgemeesters (voorheen 8 stuks!) en de vroedschapsleden bestond het stadsbestuur sinds 1772 uit 20 leden. Deze werden voor het leven benoemd. In 1795 echter moet de prinsgezinde stadsregering wijken voor een voorlopige patriottische gemeenteraad. ( 10 ) Voor Reintje betekende dit, dat zijn rol als gemeentebestuurder was uitgespeeld.

De functie van kerkvoogd werd, door de scheiding in beginsel van kerk en staat, een nieuw en voor hem belangrijk leven ingeblazen. Aan hem wordt dan als kerkvoogd onder andere in 1799 de administratie, boeken, papieren en gelden van de gereformeerde kerk overgedragen. ( 10 )
“ God vrezend” zal de familie van Reintje zeker geweest zijn, zoals we verderop het verhaal van hem merken, want hij had een 3 jaar jongere broer: Rienk later Renicus genoemd. Deze is aan het atheneum te Franeker verbonden geweest. Hij werd als candidaat- theoloog te Bolsward beroepen, in Oude-Schild (Texel) als predikant en werd later beroepen te Callantsoog ( 11 ). Daar moest hij zijn gemeente beschermen tegen de enkele maanden durende schermutselingen van 1799 tussen Engelse-Russissche troepen strijdend tegen de Franse-Bataafse in Holland, waarbij Alkmaar ten gunste van de geallieerde troepen viel. De strijd bleef onbeslist.

Van overtuigende stellingname, in deze merkwaardige “Franse tijd” zal bij de familie van Reintje zeker sprake geweest zijn. Hoewel zijn broer patriottisch genoemd kan worden, en dus zijn gemeente tegen externe, geallieerde invloeden in (Noord) Holland verdedigde, was Reintje volgens de overlevering “prinsgezind”. Genoemde Rientsma verhaalt volgens zijn brief in 1906 ( 12 ), dat in 1795 zijn vermeende vijanden hem het kanon voor de deur moeten hebben gezet om hem het ontvluchten te beletten, waarna hij dan daarbij ook opmerkt dat hij de echtheid van deze legende niet voldoende kan bewijzen. Hoe het ook zij, deze beschrijvingen zeggen iets over de persoonlijke trekken van Reintje.

Huwelijk van Reinicus Hermanides en Trijntje Rinia van Theeken 24 juni 1791

Enige tragiek is ook hem niet bespaard gebleven, want in 1790 komt naast genoemde vroegtijdige overlijdingen van zijn kinderen, zijn echtgenote al op 45 jarige leeftijd te overlijden. Bijna anderhalf jaar later trouwt hij met Trijntje Re(i)nici van Theeken, die dan 30 jaar oud is. Zij is dochter van Bavius Reinici en is onder andere jurist van de Hoogeschool te Franeker (13) , hopman, controleur der convooijen en licenten (nu: in - , uit – en doorvoerrechten), tevens secretaris van de grietenij Westdongeradeel, vergelijkbaar tegenwoordig met een gemeentebestuurder die juridische achtergrond bezit. Reintje zal met haar 5 kinderen krijgen, waarvan er weer 2 vroegtijdig overlijden. In 1797, zo lezen we in de “geschiedenis van de Pharmacie in Workum” ( 1 ), verlaat hij ’t huis aan de Merk na de koop van “eene groote en ruime huisinge met diverse kamers, keuken, regenwaterbak, put etc. (de zogenaamde Rectorshuisinge), tuin en bleek agter de kerk” voor 1000 c.aroli guldens. Dit is de oude pastorie. Bij navraag aan de heer Twijnstra ( 14 ), blijkt dat de oude pastorie al lang verdwenen moet zijn, want deze lag achter de Sint Gertrudis kerk en is nu een haventje geworden ( bij “de Leeuwenfontein”).

Van 1798 tot 1800 woont Reintje echter als huurder in ’t huis van de chirurgijn Bredenkamp op de oostzijde van ’t Noard, naast de Vermaning. Hoewel de digitalisering van de “ huis -en woonregisters Workum“ ( 3 ) al een heel eind gevorderd is, staat deze woning nog niet in het Excel bestand en bleek bij navraag dat chirurgijn Bredenkamp eigenaar was van het pand Wijk A 60, nu Noard 104.

Naast de verhuizingen, het afsluiten van leningen en neven activiteiten van Reintje in de agrarische sector, komt het vermoeden op, dat zijn inkomsten uit de apotheek in die tijd sterk verminderden, zoals boven vermeld. Ook zijn idee om naast geleverde medicijnen tevens visites te gaan berekenen (en hij zich dus het vak van chirurgijn wilde aanmeten) werd door de Departementale commissie van geneeskundig bestuur (zie boven) in Friesland, niet gewaardeerd. Hij wordt dan zelfs met zijn gezin enige tijd door de stad financieel onderhouden. Toch houdt Reintje al snel zijn eigen broek op, want spoedig erna blijkt uit stukken, dat hij in 1803 nog voor 35 caroli guldens, jaarlijks mag leveren aan de armen van de doopsgezinde gemeente. In 1804 vernemen we dan nog van hem dat hij een bijbaan heeft als taxateur en een nota schrijft voor het keuren van een partij drogerijen op verzoek van de procureur Generaal van Friesland. Hij krijgt ook evenals zijn collega ‘s in die tijd, te maken met boetes ten aanzien van kwalitatief afgekeurde medicamenten. Al met al weet de inmiddels wat ouder geworden Reintje het hoofd aardig boven water te houden en alles in aanmerking nemende valt een inschatting over de welstand van Reintje ten op zichte van zijn ambtgenoten in die jaren, positief uit. De apothekers behoorden niet tot de rijkste inwoners. Het vermogen van de meeste apothekers in Workum , lag hoger dan dat van de gemiddelde burger. Hoewel hij bij overlijden in 1814 bedrijfsmatig een nadelig saldo van f 2520, volgens een taxatie rapport ten behoeve van de crediteuren achter liet ( 1 ), liet hij zijn erven níet onbemiddeld achter, blijkens onderstaand.


Leeuwarder Courant 8 juli 1814

Hij overlijdt in zijn ambtswoning, Merk 25. De apotheek wordt door Trijntje, zijn echtgenote, voortgezet. Pas bijna anderhalf jaar later wordt deze door haar te koop aangeboden, volgens een advertentie in het Hollands dagblad: de Opregte Haarlemsche courant van 28 oktober 1815. Dit is het oudste nieuwsblad van ons land dat nu nog steeds verschijnt. Een in die tijd neutraal en onafhankelijk dagblad, dat na een onderduikperiode van uitsluitend advertentie blad in de Franse tijd, na 1814 zijn eigenlijke activiteiten weer voortzette.

Opregte Zaturdagsche Haarlemsche Courant 28 oktober 1815

De advertentie luidde: “ Door Versterf, uit de hand te Koop: Een extra welgeconditioneerde en florisante APOTHEEK, met een ruime roijale en sterke HUIZINGE en Tuin, staande op het best en aan de Markt der Stede Workum, waarin zedert onheuglijke Jaren, die Affaires met veel succes is gedreeven; nader informatie bij Mejufvrouw de Wed. R. HERMANIDES, te Workum.”

Leeuwarder Courant 27 januari 1818

Zijn echtgenote Trijntje 54 jaar oud is dan kennelijk nog in goede doen, want zij is beschikbaar om de onderhandelingen van de verkoop zelf te regelen. Zij overlijdt, 5 jaar later verzorgd in het bejaardenhuis op 59 jarige leeftijd in 1820 in het pand Wijk D 96 (nu Noard 135), welke toen als Doopsgezind armenhuis geregistreerd stond. Eén en ander blijkt uit de aangifte van overlijden door haar zoon Johannes Reinicus, die naar goed Workummer gebruik “ de stoker” genoemd werd, omdat hij jeneverstoker was en in Workum woonde. Van hem bleef het portret vele jaren in de familie zoek, totdat dit recentelijk door de heer Twijnstra ( 14 ) werd toegestuurd, zodat zijn portret ( 15 ) na 113 jaar het familie- archief weer completeert.

portret van Johannes Reinicus (1798- 1888_
gemaakt in augustus 1873
bijgenaamd: de stoker

Postuum wordt Reintje bijna 100 jaar later enkele keren door Siemelink ( 16 ), in die tijd historicus en predikant te Workum, aangehaald, omdat hij veel gedaan heeft ten belange van Gods koninkrijk in de vervallen staat van 1795- 1816 in Workum, de Gereformeerde kerk, welke hij als ouderling diende. Zijn zorg voor de 2 predikanten, de kerkearmen ( 17) en wezen, welke alle honger en gebrek leden, waarin Reintje had voorzien. Ter nagedachtenis en waardering daarvan heeft een antieke kist, door Reintje geschonken, in de Regentenkamer van het Weeshuis te Workum tentoongesteld gestaan. Deze kist werd ruim 100 jaar in ere gehouden. Het langst door de Ned. Herv. kerk, welke hem in het voorjaar van 1908 notarieel heeft verkocht. In december 1931 zou deze zich nog bij een 2e koper te Leeuwarden moeten bevinden. ( 18 )

Hoe deze kist er heeft uit gezien en als iemand weet waar deze kist zich nu bevindt. worden lezers, tot besluit van “ Reintje bij de brug”, van harte uitgenodigd te reageren. De reactie ’s kunnen aan medewerkers van warkumserfskip@hetnet.nl gedaan worden. zodat deze nu meer dan 100 jaar verdwenen kist, bij mogelijke aanschaf, weer aan het Workummer cultuurbezit toegevoegd kan worden.

Met dank aan de Oudheidkundige Vereniging Warkums Erfskip, waardoor het verhaal van “Reintje bij de brug” verder gecompleteerd kon worden. Auteur is een nazaat van de broer van “Reintje bij de brug”, de bovengenoemde Rienk later Renicus Hermanides, die leefde van 1754 tot 1811.

Noten:
1 Geschiedenis van de pharmacie in Workum; L.J. Vandewiele; D.A. Witto Koning; Kring Voor De Geschiedenis Van De Pharmacie In Benelux; Bulletin Nr. 79; sept. 1990

2 “Twee 18e eeuwse Workumer schippers” Warkums Erfskip

3 Huis en woonregisters Workum, Warkums Erfskip

4 Frans Wybes Algera, Warkums Erfskip

5 foto woning Noard 109

6 schets Cornelis Springer

7 pentekening W. Hekking

8 foto woning Merk 25, met op de voorgrond weer opnieuw “ Reintjes brug”

9 brief aan SR Hermanides, J. Rientsma 29 nov. 1913. arch. fam. Hermanides

10 Warkums Erfskip: Het gemeentebestuur van Workum in vroeger tijden door Minte de Jong).

11 Sprokkelingen uit de historie van het zeedorp Callantsoog, J. Baken 1974

12 brief aan Sr Hermanides, jr. J. Rientsma 14 aug. 1906, arch. fam. Hermanides

13 Waarschijnlijk als advocaat bij de Senatus Judiciales van de Franeker Academie. Naast het Hof van Friesland één van de drie overige rechtsgeleerde college ’s die voor een deel naast of zelfs boven het Hof stond.

14 hr. G. Twijnstra, medewerker Warkums Erfskip

15 portret van Johannes Reinicus (1798- 1888), aug. 1873 bijgenaamd “ de stoker”

16 Ds. Tjaart Hindrik Siemelink, predikant Doopsgezinde Gemeente van 1887- 1908 te Workum

17 de armenzorg werd in die tijd maatschappelijk voornamelijk overgelaten aan de kerkelijke instantie ‘s. Degenen die toegelaten werden tot de armenzorg moesten wel voldoen aan strenge eisen op het gebied van zedelijkheid en godsdienstzin en heetten kerkearmen.

18 brief aan Ida Meezen, J. Rientsma, 1 dec. 1931, arch. fam. Hermanides

Afbeelding op de apothekers- en chirurgijnsbaar